Over natuur en de stad

door Han van Hulzen

Zijn wij van nature stedelijk? juli 17, 2014

foto: Tongvaren Provenierswijk

Tongvaren Provenierswijk – URBAN BY NATURE – zesde Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR)

Was ooit de wilde natuur onze vijand, nu zijn de rollen omgedraaid. We willen ons groen terug, ons voedsel, ons klimaat en een schoon milieu. Afval bestaat niet leren we nu. Je voedsel komt niet meer uit de supermarkt maar uit je eigen tuin, of een misschien nog leuker, een gezamenlijke buurttuin. We zien ineens immense oppervlaktes aan onbenutte daken, muren, wegen. De moderne bewuste en zelfvoorzienende mens heeft ongekende bron van creativiteit aangeboord. En geholpen door de wetenschap dromen we van eigen energieopwekking, zelf recycleren en repareren.

Als er mondiale problemen zijn, zoals met het huidige milieu dan storten als vanzelfsprekend ook de professionals zich er op. Hun visie op hoe natuur en stad samengaan is nu te bewonderen tijdens de zesde editie van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR) “Urban by Nature” in de Kunsthal en in het Natuurhistorisch Museum. Over bijna ieder milieuonderwerp dat je kunt bedenken in en rond de stad is wel een vergroenend, duurzaam of energiebesparend idee te bewonderen. Van duurzame recreatie, het futuristische cyber-gardening tot technische oplossingen door middel van natuur. Ook Rotterdam komt ruim aan bod zoals in het plan om de biodiversiteit in de Provenierswijk en Agniesebuurt te verhogen met de Hofbogen als groene ader. De zeldzame Tongvaren is er al aangekomen en tot ambassadeur van dit project uitgeroepen. De stad als biotoop, maar wel een maakbare biotoop waarin we zelf voorwaarden kunnen creëren voor de natuur die we wensen. Alhoewel natuur gelukkig ook altijd wild, flexibel en onvoorspelbaar blijft en zich aan alles aanpast. In het Natuurhistorisch zie je hier mooie voorbeelden van, zoals een zwaan op een nest van plastic afval. En hoe plantsoenplanten onverwacht verwilderen, zoals de exotische Kaukasische vleugelnoot, een prachtige monumentale boom die zich sinds kort uit zaad weet voort te planten.

Advertenties
 

Lente voor stadsplanten april 23, 2014

Esdoorns Heemraadssingel Rotterdam

Esdoorns langs de Heemraadssingel te Rotterdam

Echte stadsplanten bestaan niet, alhoewel sommige soorten het wel heel erg naar hun zin hebben hier. Stadsplanten zijn voor grootste deel nog aangepast aan de omgeving waar zij oorspronkelijk vandaan kwamen zoals graslanden of bossen. Sommigen hebben aanpassingen die goed van pas komen zoals de tredplanten. Of ze groeien op zonder enige vorm van concurrentie in een goed bemest plantsoen. Maar, met hun oorspronkelijke habitat in gedachte, begrijp je ineens veel meer van hun groeiwijze.

Nergens is de groeirace om licht groter dan in een bos. Wie het hoogst komt en alle andere overschaduwd, wint. De solitaire bomen in de stad gaan nog steeds omhoog omdat ze nu eenmaal zo voorgeprogrammeerd zijn, maar hun concurrenten staan op veilige afstand. Als je niet meedoet aan deze wedloop en klein blijft, moet je supersnel zijn als de lente aanbreekt. Je bloeiperiode moet al afgerond zijn voordat bomen hun trage wortelwintersappen bij hun wachtende knoppen gebracht hebben. Dat doen sommige bol-, knol- of wortelstokgewassen die in de zomer hiervoor een voorraad “plantaardige raketbrandstof” aanleggen zoals Anemonen en Hyacinten.

Maar hoe weten ze dat ze op tijd zijn? Temperatuur is onbetrouwbaar, daar zijn we nu wel achter, als modern broeikasmens. Planten gebruiken daarom hun genetisch oergeheugen en laten zich niet verrassen. Die vertrouwen alleen op onze oude goden, de zon en de maan en hun voorspelbare komen en gaan. Maar je moet wel continue meten. En dat doen planten. Zo heb je lang- en kortedagplanten. De boskruiden zijn dus kortedagplanten. Als je echter specifieke bestuivers nodig hebt kun je beter even wachten. Dat doen langedagplanten, of wel onze zomerbloeiers.

Ook de seizoenen worden gemeten. Maar het hoeft gelukkig niet te vriezen voor een plant om te weten dat het winter is. Een langere periode tussen 4 en 8 graden is voldoende. Een zachte winter is voor een (stads)plant niks bijzonders.

foto Anemone nemorosa: Door Meneerke bloem (Eigen werk) [GFDL (http://www.gnu.org/copyleft/fdl.html) undefined CC-BY-SA-3.0-2.5-2.0-1.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], via Wikimedia Commons

Anemone nemorosa

 

Het Abtswoudse bos februari 2, 2014

Abtswoudse bos - foto:  M.M.Minderhoud

Abtswoudse bos – foto: M.M.Minderhoud

Wie denkt dat er geen natuur is rond Rotterdam, heeft het gewoon nog niet ontdekt. Vanuit de trein op weg naar Delft zag ik het in de jaren 90 ontstaan. Ingeklemd tussen alsmaar uitdijende kolonies stadsmensen was er desondanks nog die ouderwetse polder. Doorsneden met veel slootjes en alleen vanuit de enkele langgerekt weg- en spoorverbindingen tussen Delft en Rotterdam te aanschouwen. Onvermijdelijk bijna zo lijkt het, het moest natuur worden waar je niet alleen dromend over uit kan kijken.

Zompig bos was het ooit, te midden van een langzaam wegrottende  plantenmassa. Gelukkig herinneren de namen ons nog daaraan, zoals die van het buurtschap Abtswoude. En meer westelijk de Stinksloot in de buurt van Zouteveense- en Oostveenseweg. Als je op houdt te beheren, wordt het vanzelf weer wat het ooit was. Maar dat gaat mensen te langzaam en is te wild. Een dankbaar object voor de zwerm ontwerpers in de nabije omgeving.

Het Abtswoudse bos wordt in Wikipedia dan ook aangeduid als een landartproject. Hoe kunstmatig dit ook klinkt, het is er heerlijk toeven, en de natuur gaat gewoon haar gang. In dit coulisselandschap dat in de verte zelfs aan een savanne doet denken kunnen we ons jagers verzamelaars instinct helemaal uitleven. Past ook mooi in de huidige tijdgeest. Maar ben je toch nog verslaafd aan graanproducten, dan kun je hier je overtollige suikers kwijt. Beeld je wat wilde roofdieren in en pluk de ruim voorradige bessen. Met wat geluk zie je de lepelaar, hoor je de grutto’s en zie je sneeuwganzen overvliegen. Achter een van de vele bosschages kun je ongezien en windstil recreëren.

 

Het geheim van de paddenstoel december 2, 2013

vliegenzwam

vliegenzwam

Bomen doen nog even hun best in het pronken met hun meest gloedvolle bladerkleed. Maar nu is het de beurt  aan hun ondergrondse en binnenshoutse metgezel, de schimmel. Overal in de stad duiken ze op uit het niets, zo lijkt het, de paddenstoelen. Het zijn de vruchten van een schimmel die bloeit op de hoogtijdagen van verval en verrotting.

Het leven van schimmels speelt zich grotendeels af in het onzichtbare. Als we dan ook nog het enige zichtbare deel vooral in het meest schemerige jaargetijde te zien krijgen, en dit vaak een hallucinerende werking heeft. Ja, dan kun je bijgeloof verwachten en ga je bijna zelf in een hogere bedoeling geloven. Maar zonder de duistere krachten van schimmels zou het eenvoudig weg geen lente worden. Ze zijn de grote opruimers en omzetters die in stilte alle lawaaiige bladblazers belachelijk maken.

Naast dat ze alle planten door recycling voorzien van mineralen, werken ze ook in symbiose samen met vooral bomen. Ze omgeven wortels met hun draden en beschermen ze zo tegen uitdroging, giftige stoffen en parasieten. Deze mycorrhiza zoals die van kabouter Spillebeen met rood en witte stippen, de vliegenzwam (eik, beuk, giftig, hallucinerende werking) of de fopzwam (loofbomen, eetbaar) zijn in hun volle glorie immens van afmeting en capaciteit. Dan heb je het over meer dan meters, soms zelfs kilometers. Zo kunnen ze het vermogen van wortels om stoffen uit de bodem op te nemen tot wel 1000 keer vergroten en in ruil krijgen ze van de boom suiker.

Als zo’n zwamvlok de kans krijgt door te groeien zal ze ook bomen met elkaar verbinden zodat die onderling informatie kunnen uitwisselen. Dat wordt nog onderzocht, maar of ze die kans krijgen in de stad? Laat de oude bomen met rust en ook de grond er om heen en je zult beloond worden. In ieder geval met paddenstoelen.

 

Het meest persoonlijke brood (Is dit ook stadsnatuur?) oktober 7, 2013

eigen zuurdesembrood

eigen zuurdesembrood

De geur die me het meest gelukkig maakt is die van vers gemalen graan. Dat heb je als je opgroeit achter een molen op de mooiste plek op aarde. Het hele palet aan vluchtige stoffen die uit het graan ontsnapt is net zo rijk als alles wat het dorpje waar ik mijn vroege jeugd doorbracht te bieden had. De geuren van de vuurtjes die de boeren stookten, onze keukenstoof op dennenappels, koeien, verse melk, verse mest, hooi, hei, zoet beekwater, zand en dorpsstof, de vliegen en het mysterie van de meisjesschool. Nu woon ik in de stad, maar mijn hele dorpje zit nu verborgen als een onzichtbare schat in mijn eigen graanmolen.

Graan, de meest belangrijke voedselbron sinds de prehistorie. Je kunt er veel van maken zoals pap, brij en klont. Maar het lekkerste is toch wel brood.

Het meest algemene brood is een gistbrood van de bakker. Gist is een eencellige schimmel waarvan wel 1000 soorten bekend zijn. Nu schijnen er 15 soorten bijzonder geschikt te zijn waarvan er maar één heel veel ingezet wordt. Die ene gistsoort die zich overal thuis voelt en de hoogste productie heeft wordt gebruikt door bijna alle bakkers. Net als bij onze koeien, varkens en kippen, groenten wordt dus slechts gebruik gemaakt van een enkele variant uit het schier oneindige scala dat de natuur ons te bieden heeft. Voor de Saccharomyces cerevisiae is een bal natte bloem luilekkerland. Hij lust alles wat daar te vinden is, de geit onder gisten. Helaas voegt hij weinig toe aan de smaak. Wat hem vooral nuttig maakt is de grote hoeveelheden koolzuurgas die hij uit poept. Maar welke gist je ook gebruikt, het blijft alleen gist. Daarom ben ik een liefhebber van zuurdesem, want daarin zitten naast gist namelijk ook echte smaakmakers.

Het meest persoonlijke brood is van zuurdesem uit eigen keuken. Net als de mens draagt een graankorrel micro-organismen bij zich, die hem na zijn dood mee helpen te verteren. Maar wanneer je het graan vermaalt krijgen ze gezelschap. Dan storten zich een heel scala aan lokale eencelligen op deze goddelijke geuren. Bij mij, omdat ik zelf maal, zijn deze afkomstig uit de onzichtbare microwereld die zich rond mijn aanrecht, gasfornuis en koelkast gevormd heeft. Dit zijn de gisten en melkzuurbacteriën die zich het beste thuis voelen in mijn omgeving. Een selectie uit de enorme hoeveelheid verschillende soorten die tot nu toe gevonden zijn. Binnen een aantal dagen ontstaat naast een koolzuurgasfabriek, een veelheid aan aroma’s, zoeten en zuren. De microbiële samenstelling in desems verschilt niet alleen per land maar zelfs per stad. En hoogstwaarschijnlijk ook per keuken, al is dat bij mijn weten nog nooit onderzocht. Dat de desem uit mijn eigen keuken een uniek brood oplevert is in ieder geval door mezelf al vele malen aangetoond. En voor mij zijn het mooie herinneringen gevangen in mijn eigen brood.

Mijn graanmolen

Mijn graanmolen

 

‘n Bries over het Eiland van Brienenoord juli 10, 2013

foto Sproetnik (voorstelling st. 'n Bries, Eiland van Brienenoord

Sproetnik

Duizenden mensen rijden er dagelijks overheen zonder het te beseffen. Eén van de mooiste stukjes natuur in Rotterdam. Lang geleden waren veel rivieren in Nederland omzoomd met ooibos. Waar het getij doordrong had je wilgenvloedbos. Nu is het zeldzaam. Het mooie is, dat als je even met je vingers van zo’n door zoetwatergetijde omringde zandplaat afblijft, het bos binnen de kortste keren terug is. Dat kun je nu beleven op het Eiland van Brienenoord.
In een bedrijvenpark vol met de bekende blokkendozen en olievlekkerige parkeerplaatsen, is er, daar waar je niets meer verwacht, een hele smalle brug. Het is er vaak stil zoals het een nietsig eindpunt betaamt. Maar sinds twee zomers is het de eindbestemming van bussen vol kinderen. Onder het bruggetje stroomt het water on-Rotterdams snel. Aan de andere kant staat stewardess Els Lepelaar alias Joke Olthaar van stichting ’n Bries om de kinderen in een meer dan sprookjesachtige wereld binnen te leiden. Een ruigte waar je fantasie op hol slaat en je je afvraagt: ben ik nog steeds in Rotterdam? Vervaarlijk uitziende Schotse Hooglanders banjeren gemoedelijk rond, aan alles knabbelend wat op hun weg komt. Tijd om lang te schrikken is er niet, zoveel is er te zien. We passeren een onverwacht heldere poel. Het lijkt het meest op een oude bomkrater, waar nu kinderen misschien voor het eerst van hun leven met een schepnetje de meest wonderbaarlijke dieren naar boven halen. Salamanders, schaatsenrijders, bootsmannetjes noem maar op. Prik je je aan een brandnetel, dan wrijf je er even met een hondsdrafblaadje overheen en weg is de pijn. De Hondsdraf heeft al kruipende het hele eiland van een liefelijk groen paars laagje voorzien. Op het hoge deel van het eiland staat het vol met wild fruit, kersen, appels en peren. En het is niet verwonderlijk dat dit ook een walhalla is voor de vogelkenner.
Als de alien Sproetnik alias Bart van Lieshout uit zijn zilverglimmende ruimtecapsule kruipt en de geheimen van de natuur ontdekt in een duizelingwekkende rap, raken de kinderen in extase. Net zo buitenaards lijkt vervolgens de microwereld in de kruidlaag langs de kreken waar ze met een loep overheen kruipen. Ze vinden er de fel gestreepte zebrarups, pissebedden, landdieren met kieuwen, en oersterke mieren. Haren op blaadjes? Nooit eerder gezien, waarom zijn die er? De wilde kreek trekt als een magneet. Gooi er een steen in en zie hem verdwijnen in de zachte modder. Dan nog even vuurtje stoken, niemand die er hier last van heeft.

http://www.nbries.nl/

 

Eten uit de winternatuur als je in de stad woont maart 26, 2013

Filed under: Stadsnatuur — Han van Hulzen @ 9:00 am
Tags: , , , ,
winterfoto Heemraadssingel, brug Mathesserlaan Rotterdam

Heemraadssingel Rotterdam

Stel het is echt crisis. Het is winter en de winkels zijn leeg. Wat zou je dan uit de stadsnatuur kunnen oogsten om op zijn minst in leven te blijven? Als eerste zou ik eens bij de dieren te raden gaan. Hoe komen die eigenlijk de winter door? Wilde dieren hebben zich eerst goed voorbereid en hebben ergens een wintervoorraad verstopt. Je kan de wintervoorraad ook zelf meedragen door je vóór de winter kogelrond te eten zoals veel vogels doen. En dan is er nog de mogelijkheid van een winterslaap. En wat deed de oermens, de jager-verzamelaar?

Wanneer je zelf geen wintervoorraad hebt ben je vooral aangewezen op de voorraad van anderen. En verder… Voor het plantaardige zul je het voornamelijk ondergronds moeten zoeken in de winter, zoals knollen en bollen van geofyten (planten met een reservevoorraad voor barre tijden). Bijvoorbeeld de oorspronkelijk Noord-Amerikaanse aardpeer, een woekerplant met eetbare knollen. Of wortels van de koningskaars die soms te vinden zijn in de spoorwegberm. Voor een verse salade is het nog vroeg, maar speenkruid dient zich als eerste aan. Paddenstoelen zijn er niet in de winter, behalve de oneetbare zoals het kurkdroge elfenbakje of de krulhaarkelkzwam die vol met antivries zit. Alhoewel er ook lekkere antivries bestaat zoals suiker. Als je het er voor over hebt kun je een tochtje naar de duinen overwegen waar de stekelige sleedoorn groeit. De wrange sleepruimen zijn door de nachtvorst lekker zoet geworden.

In de winter zou ik zelf toch niet graag een strenge vegetariër zijn. Denk aan die extra gevulde eenden en duiven. Soms zie je wel eens een eenzame visser langs de maas want je zou het bijna vergeten, er zwemt daar heerlijke vis. Vooral snoekbaars, paling en de culinaire tong worden hier gevangen. Alhoewel paling een beetje aan winterslaap doet.

Als je al het bovenstaande om ethische of andersoortige redenen niet ziet zitten is de regenworm misschien een alternatief. Heel diep graven, en ze zijn ook in winterslaap. De eerste recepten zijn al op internet te vinden. Nog heel even en we worden weer omringd door gemakkelijk te oogsten voedsel, het is lente.

 

 
%d bloggers liken dit: