Over natuur en de stad

door Han van Hulzen

Mijn tuin november 14, 2016

Filed under: Stadsnatuur — Han van Hulzen @ 11:51 am
Tags: , , , , ,

WP_20160527_09_23_19_Pro gimp

Bij een stadstuin denk je al gauw aan de term postzegel. Aan mijn eigen postzegel hoe klein ook, valt echter veel te beleven. Mijn tuin is er een die door buren als niet onderhouden, verwilderd, of zelfs mislukt beschouwd wordt. Ooit begon het inderdaad als een oord waarin je niet graag wil vertoeven. Een dumpplek van puin en alles waar je snel vanaf wilt, je kan het zo gek niet bedenken. Veel antiek kinderspeelgoed vond ik er. Het stonk er geweldig naar kattenpis en lekkende riool. Een buurvrouw gooide er geregeld vanaf het balkon halve broden naar beneden “voor de vogeltjes”. Enfin geen fris zaakje. Het beste was het deze onheilsplek te vergeten, en dat deed ik dan ook jaren. Zonder dat ik er notie van nam was er een woekerende strijd gaande op het door mij vergeten territorium met winnaars en verliezers, waarbij zelfs de meest halsstarrige en onuitroeibaar geachte soorten soms het loodje legden.

De Hazelaar, het symbool van groeikracht en bijgeloof dat was mijn hazelaar. Een vele tuinen overschaduwende woekering van takken, bladeren en al hun kleine bewoners. Vergeten fruitbomen, zoals de oude stronken die ooit rijk pruimen gedragen hadden. Geen kant meer uit kunnende zoeken ze ondergronds verder hun weg naar een oord met meer licht. Door een keukenraampje kwam er soms een tak naar binnen van de fel groeiende esdoorn. Zo’n tak geeft troost. Maar het groen werkt traag maar gestaag door met haar woekering en zou langzaam mijn hele huis hebben overgenomen als ik niet had ingegrepen. Ook nieuwe buren raakten in opstand. Mijn wildernis was eigenlijk geslaagd en moest opnieuw overwonnen worden.

’s Middags dacht ik nog wel eens aan een grondige kap, terwijl ik de duistere takkenwildernis in staarde. Zo iets vereist bijna een deltaplan, om moedeloos van te worden. Maar ’s ochtends was dit gevoel altijd geheel vervlogen. Dan werd ik wakker met het vrolijk tevreden geluid uit vele vogelkeeltjes die in mijn ondoordringbare wild hun walhalla gevonden hadden.

Mijn wereld was als het ware één geworden met de langzaam maar gestaag doorwoekerende natuur. De wereld er om heen veranderde stukken sneller. Dat kan als je de duizenden jaren vastgelegde energie omzet in een paar uur motorgeweld. Dan knapt je buurt ineens heel snel op. Het werd zelfs hip. Dat klinkt leuk, maar wat houdt dat eigenlijk in? Na veel binnenshuis geploeter ontdekten de nu met het aanpakvirus besmette hipsters hun tuin. Het duurde niet lang of zon aanbiddende tuintegel liefhebbende omwonenden stonden met motorzagen in de aanslag te wachten tot ik even uit zicht zou verdwijnen.

Het was onoverkomelijk, ik heb mijn tuin weer in het pioniersstadium terug gebracht. Echte natuur is strijd, is vaak moeilijk toegankelijk, dat wist ik al. Maar het blijft spannend. Tussen takkenbossen en slordig gestapelde stammetjes scharrelen nu de vogels op zoek naar insecten. Zonovergoten wordt mijn tuin nooit en er ontstond door mijn toedoen een massieve woeker van Reuze springbalsemien in vele tinten paars en violet. Het gedijt goed op natte schaduwrijke plekken, en aan de zoete weeë geur moet je ieder jaar weer even wennen. In de zomer gonsde het van de bestuivers en er doorheen lopen deed ik niet meer toen ik op een dag per ongeluk op een aardhommelnest stapte. Onlangs plante ik er, voordat de springbalsemien nog gekiemd was een nietig plantje waarvan ik hoopte dat hij het zou redden. Dit bovengronds muizig uitziende Gewone ereprijs, bleek ondergronds een krachtpatser. De springbalsemien is geheel verdreven uit Han’s tuingebied. Het zachte paars op een meter hoogte heeft plaatsgemaakt voor een azuurblauwe bodem. Ik loop er nu weer doorheen, het kan weer.

 

Het jaar van de bodem juni 2, 2015

wortel verlengt met schimmeldraden

wortel verlengt met schimmeldraden (foto: Aberdeen Mycorrhiza Research Group)

Het element aarde wordt in veel religies gezien als de bron van het leven. Toch is het besef en de kennis van wat er allemaal in de bodem omgaat niet groot in vergelijking met het bovengrondse. Misschien ook logisch want het is niet alleen ondergronds, maar de processen voltrekken zich grotendeels in de extreem kleine wereld van de bodemmicroben en het ragfijne schimmelnetwerk. Een gigantische chemische fabriek.

Je moet je voorstellen dat in een gram grond zo’n half miljoen bacteriën en schimmels leven die een enorme diversiteit aan functies vervullen. Twee maal de bevolking van Rotterdam op een mespuntje. Van die functies zijn er tot nu toe maar enkele bekend en die zijn al spectaculair. Toepassingen worden nu gezien voor een meer duurzame en productieve landbouw die beter bestand is tegen klimaatverandering. En dan is er ook nog een medicinale toepassing gevonden. Dit schreeuwt om meer aandacht en daarom  riep de Wereldvoedselorganisatie FAO 2015 uit tot het Jaar van de Bodem.

Loopt het tijdperk van het diepploegende mestverspillende boeren ten einde? Al lang halen we de voedingstoffen voor onze voedselgewassen van ver. Het krachtvoer van “nogal” milieuonvriendelijke mega grote sojaplantages uit verweglanden wordt door onze koeien en varkens omgezet in gigantische hoeveelheden mest. Fosfaat komt uit mijnen die langzaam uitgeput raken. Deze overvloed aan mineralen wordt vervolgens diep door de aarde geploegd en het teveel “verrijkt” ook meteen alle omliggende natuurgebieden. Dan spuit je er nog een wolkje insectenverdelger overheen en groeien maar. Maar wat blijkt, alles wat onze voedingsgewassen nodig hebben is eigenlijk al in de bodem aanwezig.

In een natuurlijke bodem worden afgevallen bladeren, dode planten en dieren door o.a. wormen, nematoden, en springstaarten deels verteerd. Deze gangengravers en opruimers veroorzaken als bonus ook nog eens een luchtige bodemstructuur. Een dynamisch bouwwerk van gangen en wegen, waardoor water en lucht diep kan in de bodem kunnen doordringen. Na deze voorbewerking wordt het organisch materiaal uiteindelijk door schimmels en bacteriën omgezet in mineralen. In tegenstelling tot de overmatige toediening van drijfmest is dit een gedoseerde manier van voedselvoorziening voor de plant.

Planten hebben echter wel wat hulp nodig om alle bodemschatten te benutten. Sommige stoffen zoals de slecht oplosbare fosfaten zijn voor planten moeilijk op te nemen. Ook hier is overvloedig bemesten echter helemaal niet nodig. In een natuurlijke bodem krijgen ze die stoffen namelijk via bacteriën en schimmels die rond, op en zelfs in de wortels leven. Het is een subtiel samenspel tussen plant en microbe. Soms vormen van samenleven en samenwerking waar bij beide voordeel hebben, zowel de plant als zijn “kleine” helpers. Een kwestie van geven en nemen. Krijg ik van jou stikstof of fosfor dan krijg je van mij suiker.

Schimmeldraden bestrijken vaak enorme oppervlaktes en kunnen zo als een waardevol verlengstuk van plantenwortels dienen. Uit recent onderzoek zijn er nu aanwijzingen dat ze mogelijk ook werken als een soort telefoondraden waardoor informatie wordt doorgegeven van plant naar plant. Een plant wordt aangevreten door een luis en de omliggende planten worden meteen gewaarschuwd en bewapenen zich snel.

Extreem droge periodes zijn een van de ons voorspelde gevolgen van de dreigende klimaatverandering. Een doemscenario voor de landbouw zou je zeggen, maar een nieuwe bodemvriendelijke manier van landbouw biedt waarschijnlijk de oplossing. Onlangs is aangetoond dat planten op een bodem met een hoge diversiteit aan bodemorganismen beter beschermd worden tegen uitdroging dan als ze groeien in een intensief bewerkte microbieel arme bodem.

Al deze positieve effecten van een divers bodemleven zijn vrijwel zeker nog maar een eerste glimp van wat het te bieden heeft. In het algemeen wordt nu gedacht dat de enorme diversiteit aan ondergrondse micro-organismen zelfs voor een groot deel bepalend is voor de diversiteit die we bovengronds waarnemen. En dat tuinieren zo populair is zou  best eens verband kunnen houden met de antidepressieve werking die veroorzaakt wordt door specifieke bodembacteriën. Gaat Mycobacterium vaccae ons van onze stress afhelpen? De eerste aanwijzingen zijn hoopgevend.

 

De kleur van bladeren november 1, 2014

Filed under: Stadsnatuur — Han van Hulzen @ 5:42 pm
Tags: , , , , , , ,
foto Heemraadssingel eind oktober 2014

Heemraadssingel eind oktober 2014

In de herfst valt het ineens op, zoals veel wat vanzelfsprekend is pas opvalt als het dreigt te verdwijnen. Het enorme tableau van tinten groen, van de miljoenen bladeren die de hele lente en zomer bijna ongemerkt ons gemoed kalmeerde, begint te veranderen. We ademen er niet minder om, want ons levensvoorwaardelijke bladgroen komt weer terug, dat is de afspraak. Zoals bij een naderend zonne-einde verdwijnt het groen in een stille explosie van kleuren. Maar wat betekenen al die kleuren en hoe ontstaan ze?

Als de kou nadert en veel bomen en struiken hun bladeren kwijt willen, halen ze eerst belangrijke voedingsstoffen terug uit het blad. Die zitten vooral in de bladgroenkorrels, de ontelbare kleine groene fabriekjes die ons van zuurstof voorzien met licht als energiebron. Wat overblijft geeft het blad zijn herfstkleur. Combineer de geel en oranje kleurende carotenoïden met de rood tot blauw kleurende anthocyanen en je hebt het hele herfstpalet. Deze stoffen zijn er niet speciaal om ons te behagen, maar beschermen het bladgroen tegen te veel zonnestraling en vraat.

Waar je minder bij stil staat zijn alle verschillende tinten groen in het groeiseizoen. Die hebben allemaal een betekenis. Mensen schijnen zelfs gehecht te zijn aan het groen uit hun omgeving zo heeft onderzoek uitgewezen. Het ratjetoe aan kleuren van de exoten en de gekortwiekte inheemse struiken en bomen vertellen ons dat we in de stad zijn, op ons eigen plekje.

De algemene kleur groen van een vegetatie zegt veel over een plek. Zonder er enige kennis van te hebben zie je in één oogopslag aan de vegetatiekleur of je in een droog of in een nat gebied bent. Het geeft uitdrukking de seizoenen, van het lichtdoorschijnend groen in de lente tot het meer donkere groen in de zomer.

Er zijn verschillen in de verdeling van bladgroen binnen bladeren die er voor zorgen dat ze het licht zo optimaal mogelijk kunnen benutten. Zo heb je de schaduw-aangepaste donkergroene plantsoenplanten. En zelfs binnen een en dezelfde boom vind je typische licht- en schaduwbladeren, verschillend in dikte, oppervlakte en groentint. En sommige schaduwbladeren zijn zelfs zo aangepast dat ze de tijdelijke hele korte en felle lichtvlekken kunnen benutten als hun bovenbuurman eventjes door de wind opgetild wordt.

Aan bladgroen kun je ook aflezen of het de planten ergens aan ontbreekt. Zoals het alarmerende bleekgroen, als je je kamperplant eens vergeten bent water te geven. Of een tekort aan een specifieke voedingsstof; vergeling bij ernstig stikstof gebrek, blauw- tot paarskleuring bij fosfaat gebrek of bruine randen bij kaliumgebrek. Enfin, deze kleuren zullen we in onze goed bemeste plantsoenen niet snel aantreffen. In de stad worden we vooral verkwikt door onze eigen vele tinten buurtgroen.

 

Zijn wij van nature stedelijk? juli 17, 2014

foto: Tongvaren Provenierswijk

Tongvaren Provenierswijk – URBAN BY NATURE – zesde Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR)

Was ooit de wilde natuur onze vijand, nu zijn de rollen omgedraaid. We willen ons groen terug, ons voedsel, ons klimaat en een schoon milieu. Afval bestaat niet leren we nu. Je voedsel komt niet meer uit de supermarkt maar uit je eigen tuin, of een misschien nog leuker, een gezamenlijke buurttuin. We zien ineens immense oppervlaktes aan onbenutte daken, muren, wegen. De moderne bewuste en zelfvoorzienende mens heeft ongekende bron van creativiteit aangeboord. En geholpen door de wetenschap dromen we van eigen energieopwekking, zelf recycleren en repareren.

Als er mondiale problemen zijn, zoals met het huidige milieu dan storten als vanzelfsprekend ook de professionals zich er op. Hun visie op hoe natuur en stad samengaan is nu te bewonderen tijdens de zesde editie van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR) “Urban by Nature” in de Kunsthal en in het Natuurhistorisch Museum. Over bijna ieder milieuonderwerp dat je kunt bedenken in en rond de stad is wel een vergroenend, duurzaam of energiebesparend idee te bewonderen. Van duurzame recreatie, het futuristische cyber-gardening tot technische oplossingen door middel van natuur. Ook Rotterdam komt ruim aan bod zoals in het plan om de biodiversiteit in de Provenierswijk en Agniesebuurt te verhogen met de Hofbogen als groene ader. De zeldzame Tongvaren is er al aangekomen en tot ambassadeur van dit project uitgeroepen. De stad als biotoop, maar wel een maakbare biotoop waarin we zelf voorwaarden kunnen creëren voor de natuur die we wensen. Alhoewel natuur gelukkig ook altijd wild, flexibel en onvoorspelbaar blijft en zich aan alles aanpast. In het Natuurhistorisch zie je hier mooie voorbeelden van, zoals een zwaan op een nest van plastic afval. En hoe plantsoenplanten onverwacht verwilderen, zoals de exotische Kaukasische vleugelnoot, een prachtige monumentale boom die zich sinds kort uit zaad weet voort te planten.

 

Wilde natuur in hartje Rotterdam, bestaat dat? mei 15, 2014

Filed under: Stadsnatuur — Han van Hulzen @ 8:43 am
Tags: , , , ,
foto Spoortuin mei 2014

Spoortuin te Rotterdam mei 2014

Soms is er midden in de stad een reep grond waar tientallen jaren een hek omheen staat. Een buffer tegen herrie en gevaar, waar bijna nooit iemand komt waardoor de natuur er ongestoord kan woekeren. Zo krijg je het absurde contrast van gemillimeterd gras rond een keurige singel die zich als een slotgracht draait rond een woeste onneembare burcht van wilde natuur. Zo’n plek is de Rotterdamse spoortuin.

De straat is van de mensen die er wonen zo luidt het nieuwe adagium. Het begon met een voorzichtige geveltuin slechts een enkele stoeptegel diep, maar nu is ook de spoortuin ingenomen. Buurbewoners zijn er druk met de aanleg van een buurtmoestuin en in de ongekende speeljungle bepalen kinderen de regels. Een reusachtige Kaukasische vleugelnoot heeft zich via wortelscheuten een vleugelnotenbos gevormd. Een populier die zo groot was dat hij omviel is nu wel tien populieren geworden die allemaal fier uit de horizontale moederstam omhoog steken. Als lianen slingeren zich de klimopstengels de bomen in. Maar het deert deze woudreuzen niets. Bomen die volgens gemeentenormen al lang geleden kaprijp waren hebben zich hier tot hun volle glorie kunnen ontwikkelen of konden ongestoord instorten, zoals sommige oude wilgen. Zo’n stammenkluwe maakt het junglegevoel compleet.

Omgevallen populier in de Spoortuin te Rotterdam, mie 2014

Omgevallen populier in de Spoortuin te Rotterdam, mei 2014

 

 

Lente voor stadsplanten april 23, 2014

Esdoorns Heemraadssingel Rotterdam

Esdoorns langs de Heemraadssingel te Rotterdam

Echte stadsplanten bestaan niet, alhoewel sommige soorten het wel heel erg naar hun zin hebben hier. Stadsplanten zijn voor grootste deel nog aangepast aan de omgeving waar zij oorspronkelijk vandaan kwamen zoals graslanden of bossen. Sommigen hebben aanpassingen die goed van pas komen zoals de tredplanten. Of ze groeien op zonder enige vorm van concurrentie in een goed bemest plantsoen. Maar, met hun oorspronkelijke habitat in gedachte, begrijp je ineens veel meer van hun groeiwijze.

Nergens is de groeirace om licht groter dan in een bos. Wie het hoogst komt en alle andere overschaduwd, wint. De solitaire bomen in de stad gaan nog steeds omhoog omdat ze nu eenmaal zo voorgeprogrammeerd zijn, maar hun concurrenten staan op veilige afstand. Als je niet meedoet aan deze wedloop en klein blijft, moet je supersnel zijn als de lente aanbreekt. Je bloeiperiode moet al afgerond zijn voordat bomen hun trage wortelwintersappen bij hun wachtende knoppen gebracht hebben. Dat doen sommige bol-, knol- of wortelstokgewassen die in de zomer hiervoor een voorraad “plantaardige raketbrandstof” aanleggen zoals Anemonen en Hyacinten.

Maar hoe weten ze dat ze op tijd zijn? Temperatuur is onbetrouwbaar, daar zijn we nu wel achter, als modern broeikasmens. Planten gebruiken daarom hun genetisch oergeheugen en laten zich niet verrassen. Die vertrouwen alleen op onze oude goden, de zon en de maan en hun voorspelbare komen en gaan. Maar je moet wel continue meten. En dat doen planten. Zo heb je lang- en kortedagplanten. De boskruiden zijn dus kortedagplanten. Als je echter specifieke bestuivers nodig hebt kun je beter even wachten. Dat doen langedagplanten, of wel onze zomerbloeiers.

Ook de seizoenen worden gemeten. Maar het hoeft gelukkig niet te vriezen voor een plant om te weten dat het winter is. Een langere periode tussen 4 en 8 graden is voldoende. Een zachte winter is voor een (stads)plant niks bijzonders.

foto Anemone nemorosa: Door Meneerke bloem (Eigen werk) [GFDL (http://www.gnu.org/copyleft/fdl.html) undefined CC-BY-SA-3.0-2.5-2.0-1.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], via Wikimedia Commons

Anemone nemorosa

 

Het Abtswoudse bos februari 2, 2014

Abtswoudse bos - foto:  M.M.Minderhoud

Abtswoudse bos – foto: M.M.Minderhoud

Wie denkt dat er geen natuur is rond Rotterdam, heeft het gewoon nog niet ontdekt. Vanuit de trein op weg naar Delft zag ik het in de jaren 90 ontstaan. Ingeklemd tussen alsmaar uitdijende kolonies stadsmensen was er desondanks nog die ouderwetse polder. Doorsneden met veel slootjes en alleen vanuit de enkele langgerekt weg- en spoorverbindingen tussen Delft en Rotterdam te aanschouwen. Onvermijdelijk bijna zo lijkt het, het moest natuur worden waar je niet alleen dromend over uit kan kijken.

Zompig bos was het ooit, te midden van een langzaam wegrottende  plantenmassa. Gelukkig herinneren de namen ons nog daaraan, zoals die van het buurtschap Abtswoude. En meer westelijk de Stinksloot in de buurt van Zouteveense- en Oostveenseweg. Als je op houdt te beheren, wordt het vanzelf weer wat het ooit was. Maar dat gaat mensen te langzaam en is te wild. Een dankbaar object voor de zwerm ontwerpers in de nabije omgeving.

Het Abtswoudse bos wordt in Wikipedia dan ook aangeduid als een landartproject. Hoe kunstmatig dit ook klinkt, het is er heerlijk toeven, en de natuur gaat gewoon haar gang. In dit coulisselandschap dat in de verte zelfs aan een savanne doet denken kunnen we ons jagers verzamelaars instinct helemaal uitleven. Past ook mooi in de huidige tijdgeest. Maar ben je toch nog verslaafd aan graanproducten, dan kun je hier je overtollige suikers kwijt. Beeld je wat wilde roofdieren in en pluk de ruim voorradige bessen. Met wat geluk zie je de lepelaar, hoor je de grutto’s en zie je sneeuwganzen overvliegen. Achter een van de vele bosschages kun je ongezien en windstil recreëren.

 

Een tentoonstelling van natuur december 20, 2013

foto van getijdekreek Eiland van Brienenoord

getijdekreek Eiland van Brienenoord

De taal van water spreekt hier rond Rotterdam. Eroderend, inunderend, landschapvormend water aangevoerd door rivieren of uit de grond opwellend, het zit ons op de hielen. Wilde natuur heeft iets bedreigends, maar dat geldt vooral voor “natte” natuur. Zelfs de Romeinen die zo’n beetje in staat waren alles te trotseren werden ontmoedigd bij de aanblik van de ongrijpbare warboel aan waterlopen, veen, moeras, slappe grond, wilde vegetatie op een meters dikke laag rottende planten. Hier was voor hen de grens bereikt van wat er te veroveren viel. Wat daarachter kwam oversteeg de fantasie van een duistere droom. Enkel een reus zou misschien in staat zijn van donk tot donk te springen zonder in deze onpeilbare onderwereld te verdwijnen. De naam Rotterdam refereert nog aan de rottende bodem waarop we ons gevestigd hebben. Alhoewel we het onmogelijke voor elkaar gekregen hebben, zijn er toch nog een heel aantal plekken over die op zijn minst doen denken aan hoe het eens was.

Restanten van oude getijdennatuur vind je langs de oude Maas. Meestal oude grienden, zoals Visserijgriend en de Rhoonse grienden. Bewaard gebleven omdat we het maar lichtjes hoefde te ontginnen om in onze behoefte aan wilgentenen te voorzien. Een wilgenakker dus, maar doorsneden door wild aandoende kreken en nu zeldzame getijde-soorten zoals de Spindotter en het Zomerklokje, Bittere veldkers en Rivierkruiskruid.

Als we de controle even zouden verliezen komt het snel terug, het laagveen. Eerst heb je stilstaand voedselrijk water met Krabbenscheer, Fonteinkruid, Blaasjeskruid en Gele plomp. Dat wordt langzaam trilveen; een drijvend eilandje waarop slaapmossen en schijngrassen zich kunnen vestigen. Springstamp en voel de grond golven onder je voeten. Dat zijn de plekken waar nu volkstuintjes zijn en veenweiden, laagveenrestanten. Hoe dik het veen ooit was kun je je voorstellen door langs het riviertje de Rotte te lopen. Eens een afwateringsstroompje van veenwater maar het ligt nu meters hoger dan het omringende landschap.

Wie kent de getijdekreken op het Brienenoordeiland, zeldzaam maar midden in stad? De repen laagveen in de Krimpenerwaard, waar nu vee graast zien we een enkele keer per jaar op zondag. Langs het Rotterdam doorsnijdende Nooderkanaal, maar toch half verborgen, vind je typische oevervegetatie met Zwarte els, Groot hoefblad, Watermunt en Grote lisdodde.

Waarom al dat moois niet tentoonstellen zodat meer mensen het vaker zien en notie krijgen van hun eigen habitat? Dat is nu precies wat het “drijvende eilanden” project beoogt. Bedacht voor de bassins van het voormalige drinkwaterleidingterrein in de wijk de Esch in Kralingen. Eilanden met voorbeelden van “natte natuur” uit de omgeving van Rotterdam. Een minigriend, een drijvende oever, een rietlandje, of zelfs een ondergedoken eiland met bijvoorbeeld Lisdodde. Stel je een drijvende kruidentuin voor met Watermunt, Valeriaan, Engelwortel, omringd door Waterkers.

Foto van drijvende tentoonstelling van "natte" natuur, DWL terrein de Esch, Kralingen

Drijvende tentoonstelling van “natte” natuur, DWL terrein de Esch, Kralingen

Drijvende eilanden project op facebook

 

‘n Bries over het Eiland van Brienenoord juli 10, 2013

foto Sproetnik (voorstelling st. 'n Bries, Eiland van Brienenoord

Sproetnik

Duizenden mensen rijden er dagelijks overheen zonder het te beseffen. Eén van de mooiste stukjes natuur in Rotterdam. Lang geleden waren veel rivieren in Nederland omzoomd met ooibos. Waar het getij doordrong had je wilgenvloedbos. Nu is het zeldzaam. Het mooie is, dat als je even met je vingers van zo’n door zoetwatergetijde omringde zandplaat afblijft, het bos binnen de kortste keren terug is. Dat kun je nu beleven op het Eiland van Brienenoord.
In een bedrijvenpark vol met de bekende blokkendozen en olievlekkerige parkeerplaatsen, is er, daar waar je niets meer verwacht, een hele smalle brug. Het is er vaak stil zoals het een nietsig eindpunt betaamt. Maar sinds twee zomers is het de eindbestemming van bussen vol kinderen. Onder het bruggetje stroomt het water on-Rotterdams snel. Aan de andere kant staat stewardess Els Lepelaar alias Joke Olthaar van stichting ’n Bries om de kinderen in een meer dan sprookjesachtige wereld binnen te leiden. Een ruigte waar je fantasie op hol slaat en je je afvraagt: ben ik nog steeds in Rotterdam? Vervaarlijk uitziende Schotse Hooglanders banjeren gemoedelijk rond, aan alles knabbelend wat op hun weg komt. Tijd om lang te schrikken is er niet, zoveel is er te zien. We passeren een onverwacht heldere poel. Het lijkt het meest op een oude bomkrater, waar nu kinderen misschien voor het eerst van hun leven met een schepnetje de meest wonderbaarlijke dieren naar boven halen. Salamanders, schaatsenrijders, bootsmannetjes noem maar op. Prik je je aan een brandnetel, dan wrijf je er even met een hondsdrafblaadje overheen en weg is de pijn. De Hondsdraf heeft al kruipende het hele eiland van een liefelijk groen paars laagje voorzien. Op het hoge deel van het eiland staat het vol met wild fruit, kersen, appels en peren. En het is niet verwonderlijk dat dit ook een walhalla is voor de vogelkenner.
Als de alien Sproetnik alias Bart van Lieshout uit zijn zilverglimmende ruimtecapsule kruipt en de geheimen van de natuur ontdekt in een duizelingwekkende rap, raken de kinderen in extase. Net zo buitenaards lijkt vervolgens de microwereld in de kruidlaag langs de kreken waar ze met een loep overheen kruipen. Ze vinden er de fel gestreepte zebrarups, pissebedden, landdieren met kieuwen, en oersterke mieren. Haren op blaadjes? Nooit eerder gezien, waarom zijn die er? De wilde kreek trekt als een magneet. Gooi er een steen in en zie hem verdwijnen in de zachte modder. Dan nog even vuurtje stoken, niemand die er hier last van heeft.

http://www.nbries.nl/

 

Alle planten zijn bijzonder maart 13, 2013

Door Dendrofil (moje foto) [Public domain], via Wikimedia Commons

Ruige weegbree

Geloof je nog in sprookjes? De Botanische tuin op het Rotterdamse Afrikaanderplein  is er een. Als je vanuit de hectische stad hier binnenloopt wordt je bedwelmd door een bijna kloosterlijke rust en toewijding. Meer dan 600 soorten planten ingedeeld per familie in een lommerrijk parkje beheerd door twee echte liefhebbers Gerard Bijlsma en Aad van Duffelen.

De term diversiteit valt tegenwoordig vaak, maar wil je een idee krijgen wat dat nu precies betekend, dan ben je hier aan het goede adres. Planten die vaak achteloos weggeschoffeld worden zoals weegbree en vijfvingerkruid worden hier bijzonder. Hier zie je de Grote- en de Smalle- naast de prachtig bloeiende Ruige weegbree. Zelfs de twee inheemse Brandnetel soorten, de grote en de kleine staan hier gebroederlijk naast elkaar.

Gerard Bijlsma leidt me rond en heeft bij elke plant een verhaal. Hij is een werkelijk onuitputtelijke bron van informatie. Lang staan we stil bij de planten met een hallucinerende werking en hij geeft me een recept voor vliegenzalf. Daarmee kun je als je uit het raam springt wegvliegen. De meesten hebben het niet na kunnen vertellen begrijp ik. We komen langs planten met sprookjesachtige namen zoals de Sneeuwvlokkenboom en de Elfenbloem, Gezegende distel en het Rapunzelklokje.

Hier, de Vieruurbloem, die bloeit maar vier uur dus. Helaas we zijn net te laat! De beroemde botanicus Linnaeus bedacht in de 18e eeuw “de bloemenklok” gebaseerd op het gegeven dat veel bloemen op een bepaalde tijd  bloeien. Hij publiceerde er een mooi stuk over “Horologium florae”. We komen langs de vergeten groenten zoals Kardoen waarvan je de bloembodem kunt eten. Het woordje “vergeten” kunnen binnenkort weglaten want de Kardoen wordt sinds kort weer volop gekweekt in Rotterdam.

Tussen al het groen wijst Gerard me op een heel klein kruidje. Het gaat slecht met hem zegt hij, die graaf ik straks even uit en dan laat ik hem op krachten komen in mijn kas thuis. Zo krijgt elke plant iedere dag weer zijn persoonlijke aandacht. Alles staat er prachtig bij.

 

 
%d bloggers liken dit: