Over natuur en de stad

door Han van Hulzen

De kleur van bladeren november 1, 2014

Filed under: Stadsnatuur — Han van Hulzen @ 5:42 pm
Tags: , , , , , , ,
foto Heemraadssingel eind oktober 2014

Heemraadssingel eind oktober 2014

In de herfst valt het ineens op, zoals veel wat vanzelfsprekend is pas opvalt als het dreigt te verdwijnen. Het enorme tableau van tinten groen, van de miljoenen bladeren die de hele lente en zomer bijna ongemerkt ons gemoed kalmeerde, begint te veranderen. We ademen er niet minder om, want ons levensvoorwaardelijke bladgroen komt weer terug, dat is de afspraak. Zoals bij een naderend zonne-einde verdwijnt het groen in een stille explosie van kleuren. Maar wat betekenen al die kleuren en hoe ontstaan ze?

Als de kou nadert en veel bomen en struiken hun bladeren kwijt willen, halen ze eerst belangrijke voedingsstoffen terug uit het blad. Die zitten vooral in de bladgroenkorrels, de ontelbare kleine groene fabriekjes die ons van zuurstof voorzien met licht als energiebron. Wat overblijft geeft het blad zijn herfstkleur. Combineer de geel en oranje kleurende carotenoïden met de rood tot blauw kleurende anthocyanen en je hebt het hele herfstpalet. Deze stoffen zijn er niet speciaal om ons te behagen, maar beschermen het bladgroen tegen te veel zonnestraling en vraat.

Waar je minder bij stil staat zijn alle verschillende tinten groen in het groeiseizoen. Die hebben allemaal een betekenis. Mensen schijnen zelfs gehecht te zijn aan het groen uit hun omgeving zo heeft onderzoek uitgewezen. Het ratjetoe aan kleuren van de exoten en de gekortwiekte inheemse struiken en bomen vertellen ons dat we in de stad zijn, op ons eigen plekje.

De algemene kleur groen van een vegetatie zegt veel over een plek. Zonder er enige kennis van te hebben zie je in één oogopslag aan de vegetatiekleur of je in een droog of in een nat gebied bent. Het geeft uitdrukking de seizoenen, van het lichtdoorschijnend groen in de lente tot het meer donkere groen in de zomer.

Er zijn verschillen in de verdeling van bladgroen binnen bladeren die er voor zorgen dat ze het licht zo optimaal mogelijk kunnen benutten. Zo heb je de schaduw-aangepaste donkergroene plantsoenplanten. En zelfs binnen een en dezelfde boom vind je typische licht- en schaduwbladeren, verschillend in dikte, oppervlakte en groentint. En sommige schaduwbladeren zijn zelfs zo aangepast dat ze de tijdelijke hele korte en felle lichtvlekken kunnen benutten als hun bovenbuurman eventjes door de wind opgetild wordt.

Aan bladgroen kun je ook aflezen of het de planten ergens aan ontbreekt. Zoals het alarmerende bleekgroen, als je je kamperplant eens vergeten bent water te geven. Of een tekort aan een specifieke voedingsstof; vergeling bij ernstig stikstof gebrek, blauw- tot paarskleuring bij fosfaat gebrek of bruine randen bij kaliumgebrek. Enfin, deze kleuren zullen we in onze goed bemeste plantsoenen niet snel aantreffen. In de stad worden we vooral verkwikt door onze eigen vele tinten buurtgroen.

Advertenties
 

Lente voor stadsplanten april 23, 2014

Esdoorns Heemraadssingel Rotterdam

Esdoorns langs de Heemraadssingel te Rotterdam

Echte stadsplanten bestaan niet, alhoewel sommige soorten het wel heel erg naar hun zin hebben hier. Stadsplanten zijn voor grootste deel nog aangepast aan de omgeving waar zij oorspronkelijk vandaan kwamen zoals graslanden of bossen. Sommigen hebben aanpassingen die goed van pas komen zoals de tredplanten. Of ze groeien op zonder enige vorm van concurrentie in een goed bemest plantsoen. Maar, met hun oorspronkelijke habitat in gedachte, begrijp je ineens veel meer van hun groeiwijze.

Nergens is de groeirace om licht groter dan in een bos. Wie het hoogst komt en alle andere overschaduwd, wint. De solitaire bomen in de stad gaan nog steeds omhoog omdat ze nu eenmaal zo voorgeprogrammeerd zijn, maar hun concurrenten staan op veilige afstand. Als je niet meedoet aan deze wedloop en klein blijft, moet je supersnel zijn als de lente aanbreekt. Je bloeiperiode moet al afgerond zijn voordat bomen hun trage wortelwintersappen bij hun wachtende knoppen gebracht hebben. Dat doen sommige bol-, knol- of wortelstokgewassen die in de zomer hiervoor een voorraad “plantaardige raketbrandstof” aanleggen zoals Anemonen en Hyacinten.

Maar hoe weten ze dat ze op tijd zijn? Temperatuur is onbetrouwbaar, daar zijn we nu wel achter, als modern broeikasmens. Planten gebruiken daarom hun genetisch oergeheugen en laten zich niet verrassen. Die vertrouwen alleen op onze oude goden, de zon en de maan en hun voorspelbare komen en gaan. Maar je moet wel continue meten. En dat doen planten. Zo heb je lang- en kortedagplanten. De boskruiden zijn dus kortedagplanten. Als je echter specifieke bestuivers nodig hebt kun je beter even wachten. Dat doen langedagplanten, of wel onze zomerbloeiers.

Ook de seizoenen worden gemeten. Maar het hoeft gelukkig niet te vriezen voor een plant om te weten dat het winter is. Een langere periode tussen 4 en 8 graden is voldoende. Een zachte winter is voor een (stads)plant niks bijzonders.

foto Anemone nemorosa: Door Meneerke bloem (Eigen werk) [GFDL (http://www.gnu.org/copyleft/fdl.html) undefined CC-BY-SA-3.0-2.5-2.0-1.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], via Wikimedia Commons

Anemone nemorosa

 

 
%d bloggers liken dit: